Drop Shot
Techniek
Verticalen
Trollen, deel 1
Basis en materiaal
Roofvis
Statisch 
doodazen
Roofblei
Home
Links
Foto’s
Overige
Vangstverslagen
Techniek
Snoekbaarzen 
met de pen
Trollen, deel 2
Groot water, kanalen...
Trollen, deel 3
De rivier
Lijnen

Naast de opgegeven duikdiepte van de plug is deze ook afhankelijk van de vaarsnelheid en de dikte van de lijn. Hoe dunner de lijn des te dieper de plug duikt. Wij gebruiken voor het trollen met kleine pluggen een dyneema hoofdlijn van rond de 16/00 met een trekkracht van rond de 10kg en voor grote pluggen 19/00 met een trekkracht van rond de 13kg. Voldoende dikte en trekkracht dat de lijn bij een vastloper niet kan breken.
Als onderlijn gebruiken we voornamelijk stalen onderlijnen en soms ook fluorcarbon. Ik ben met van alles aan het testen geweest maar uiteindelijk ben ik gewoon weer teruggegaan naar de kant en klare stalen onderlijnen welke ik in grote verpakking koop. Enkel de wartels vervang ik voor een wat compacter en steviger model. Deze lijnen hebben mij nog nooit in de steek gelaten.  Fluorcarbon lijnen zouden nagenoeg onzichtbaar moeten zijn onder water en dat kan enkel als voordeel werken, maar om deze snoekproof te krijgen zul je toch weer naar een vrij dikke onderlijn moeten gaan, wat de duikdiepte weer ten nadele komt.

Trollen met groter rubber kan ook goed zijn maar heeft duidelijk niet onze persoonlijke voorkeur. Als we met shads gaan vissen gaan wij weer liever verticalen. Trollen met groot rubber heeft weer een totaal andere aanpak en deze laat ik dan ook maar even buiten beschouwing.
Ga je de rivier op waar het zo’n 5 a 6 meter diep is, dan zul je om vlak bij of zelfs tegen de bodem te vissen toch een plug moeten zoeken die deze diepte ook kan halen.

Ook zul je op de rivier een aantal ondieper lopende pluggen nodig hebben zodat je alle dieptes kan bevissen. Zijn deze bedoeld voor snoek mogen ze ook weer wat groter zijn, maar voor snoekbaars en vooral winde, baars en roofblei mogen ze toch weer wat kleiner zijn.
In dit verhaal wil ik onze eigen ervaringen delen die wij in de jaren hebben opgedaan. Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen meningen en voorkeuren maar in grote lijnen zal het meeste wel overeen komen.

Over trollen, oftewel slepen met kunstaas valt ook veel te schrijven. Zoveel zelfs dat ik het verhaal maar opgesplitst heb in 3 delen.  In dit eerste deel houd ik het bij de basis en het materiaal wat wij gebruiken, het tweede deel gaat over het trollen op groot water en vaarten en in het derde deel vertel ik hoe wij het trollen op de rivier aanpakken.
Kunstaas

Kunstaas is te krijgen in vele soorten, maten en kleuren. Als je door de winkel loop zou je bijna niet meer weten wat je moet kopen. Mijn keuze word altijd bepaald aan de hand van een paar dingen.

Om te beginnen welke vissoort ik wil vangen. Dit bepaald voornamelijk de grootte en de actie.
De  duikdiepte word voornamelijk bepaald aan de hand van welk water ik ga vissen. Vis je op ondiepe kanalen tot een meter of 3 heeft het weinig zin om een plug met een duikdiepte van 5 meter te kopen. Het kan wel, maar dan zul je erg weinig lijn uit moeten zetten en de plug dus dicht bij de boot houden. Anders zijn vastlopers meer regel dan uitzondering. Een plug met een duikdiepte van 3 meter is dus voldoende. Wil je echter op half water vissen, dan is een duikdiepte van 1,5 a 2 meter ook voldoende

De boot waar wij mee vissen is uitgerust met een 40pk viertakt motor en een electromotor. Wij trollen eigenlijk altijd op de benzine motor. De suzuki DF40 is een heerlijk rustige motor en vaart op stationair toerental rond de 4 km per uur. Een mooie snelheid voor het trollen. Soms proberen we wat te versnellen en zal het kunstaas ook wat dieper gaan lopen. Over het algemeen vissen we altijd zo tussen de 3,5 en 8 km per uur. We hebben aan boord voldoende hengelsteunen om alle hengels kwijt te kunnen. Zo kunnen we de boot ook opgeruimd houden bij het onthaken van een grotere vis waarbij we toch graag een onthaakmat gebruiken.

 

Ook zijn we voorzien van een goede dieptemeter, in ons geval 2 stuks van het merk humminbird. Beide voorzien van vele opties. Het belangrijkste is uiteraard om diepte af te kunnen lezen zodat we de bodem goed kunnen volgen. Ook kunnen we zo de taluds op zoeken en de gewenste diepte van ons kunstaas bepalen. De gps functie is vooral handig om stekken te markeren. Zo kun je de stek weer makkelijk terugvinden en later alsnog helemaal uitvissen.

Met trollen kun je diverse vissoorten vangen zoals snoek, baars, snoekbaars, roofblei, winde en zelfs meerval. Echter heeft iedere vissoort zijn eigen aanpak en dat geldt ook zeker voor de verschillende soorten wateren. Zo trollen we de ene keer op de rivier en de andere keer weer op een kanaal, vaart of het grote water.

Trollen deel 1: Basis en materiaal
Door: John van Harn
Verder naar: Trollen deel 2 >>
Hengels

Wat lengte betreft is het niet heel spannend en vooral een persoonlijke keuze. Een ideale lengte vind ik tussen de 240 en 270. Voordeel van een langere hengel is dat je een breder oppervlak kunt bevissen (op het gebruik van planerboards na dan). Echter is een kortere hengel weer wat handiger voor op de boot. Aangezien ik zelf achterop hengelsteunen heb waarin de hengel schuin omhoog staat, wil ik daar het liefst een hengel in hebben van rond de 210 cm zodat het kunstaas nog fatsoenlijk op diepte kan komen.


Wat werpgewicht/stevigheid betreft is het wat belangrijker. Een spinhengel van grofweg 25-50 gram is perfect voor de kleine pluggen. Voornamelijk voor de rivier dus. De gevoelige top laat duidelijk zien of je kunstaas nog beweegt en of er dus vuil aan de haken zit, iets wat met een te stugge hengel slecht waarneembaar is.

Ga je met grotere pluggen slepen, op snoek bijvoorbeeld. Dan zal je hengel wat meer body nodig hebben om de weerstand van het kunstaas op te kunnen vangen.
Molens

Ook bij de molen komt het weer neer op persoonlijke voorkeur. Belangrijkste punt blijft altijd een goed afstelbare slip. We kunnen hier heel interessant over de molens gaan doen maar de vangst zal hier zeker niet door beinvloed worden.

Persoonlijk vind ik een baitrunner wel fijn. Met een klik op de knop is veel gemakkelijker om lijn bij te geven dan om de beugel om te klappen. Ik heb dan ook graag een vrij lichte molen met een baitrunner.

Zorg wel dat de slip goed afgesteld staat tijden het trollen! De lijn mag niet vanzelf aflopen maar de slip mag ook zeker niet te strak staan. Dit is erg belangrijk om te voorkomen dat de bek van de vis onnodig beschadigd. De vis haakt zich evenwel vrij gemakkelijk.